Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Wet natuurbescherming
U bevindt zich hier:

De Wet natuurbescherming in een notendop

Wat betekent de Wet natuurbescherming voor uw project of plan met ruimtelijke ingrepen?

Bij ruimtelijke ingrepen moet vooraf bepaald worden of deze effect kunnen hebben op beschermde soorten, gebieden en bosopstanden. Dit is vanzelfsprekend aan de orde bij grootschalige ruimtelijke projecten maar kan ook bij kleine ingrepen nodig zijn, zoals bij de sloop van een schuur, het kappen van bomen of het dempen van een stuk sloot. 

Vaak begint de effectbepaling met een oriënterend onderzoek, een quickscan. Aan de hand van de resultaten van de quickscan (flora- en faunatoets / natuurtoets) kan een gedegen inschatting gemaakt worden van het risico op overtreding van de wet en/of in hoeverre nader onderzoek nodig is.

Op basis van de quickscan, eventueel aangevuld met gegevens uit nader onderzoek, kunnen conclusies worden getrokken over de noodzaak van maatregelen (om overtreding van de wet te voorkomen) en/of de aanvraag van een vergunning/ontheffing.

Heeft u ruimtelijke plannen? Wij kunnen u begeleiden in het gehele proces, van oriënterende onderzoek tot en met de ecologische begeleiding bij de uitvoering. 

Wilt u een offerte aanvragen of meer informatie, bel dan met 0345-512710 of mail naar:

Meer over de Wet natuurbescherming

Bescherming van Natura 2000-gebieden 

De bescherming van de Natura 2000-gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen. De toetsing onder de Wet natuurbescherming is vergelijkbaar met die onder de Natuurbeschermingswet 1998. De bescherming van de Beschermde natuurmonumenten is sinds 1 januari 2017 vervallen.

Bescherming van soorten planten en dieren 

De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en Beschermingsregime andere soorten. 

De eerste twee regimes komen overeen met de Europese richtlijnen. Het laatste regime betreft soorten uit de oude Tabel 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) die niet onder de Europese regelgeving beschermd zijn. Hier is op 1 januari 2017 een aantal soorten van de Rode lijst aan toegevoegd, die onder de Flora- en faunawet niet beschermd waren.

Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor soorten van het ‘Beschermingsregime andere soorten’. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. De beschermde status van deze soorten verschilt dus per provincie.

Verbodsbepalingen (soorten)

De verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming sluiten meer aan op de Europese richtlijnen dan onder de Flora- en faunawet het geval was. Zo is bijvoorbeeld aan het verbod ‘opzettelijk verstoren’ bij soorten van de Vogelrichtlijn toegevoegd: ‘als het van wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding’. 

Zorgplicht (soorten)

Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat u de werkzaamheden  die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. 

De bescherming van bosopstanden 

De belangrijkste elementen van de Boswet zijn in januari 2017 onveranderd overgenomen in de Wet natuurbescherming: de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.

Procedure

Er is een ‘natuurvergunning’ nodig van één bevoegd gezag (de provincie waarbinnen het plangebied ligt). De beslistermijn voor aanvragen om vergunning of ontheffing is aangepast en gelijkgetrokken. De termijn om te beslissen op een aanvraag is 13 weken. Deze termijn is door het bevoegd gezag eenmalig te verlengen met 7 weken.

Bevoegd gezag

Vanaf 2017 zijn de bevoegdheden van het rijk (RVO) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. 

Gemeenten hebben een loketfunctie en handhavingstaken. Het is nog steeds mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet.  

Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen

In de brochure 'Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen' van het ministerie van EZ, kunt u meer lezen over de inhoudelijke stappen die nodig zijn bij het aanvragen en toetsen van een ontheffing soortenbescherming. In deze brochure zijn onder andere lijsten met beschermde soorten opgenomen. 

Contactpersoon:

Brochure 'Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen' (Ministerie EZ). Brochure met lijsten van soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming.
Volledige wettekst Wet natuurbescherming in het Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden (19 januari 2016).
Mercuurwaterjuffer, bruine kikker, veldmuis en haas zijn voorbeelden van beschermde soorten.