Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Birds and power lines
U bevindt zich hier:

Vogels en hoogspanningslijnen

Een van de belangrijkste effecten van bovengrondse hoogspanningsverbindingen (hoogspanningslijnen) is het botsen van vogels met de kabels. Een ander effect is verstoring van broed-, rust- en foerageergebieden.

Er bestaan verschillende mogelijkheden om negatieve effecten te mitigeren, zoals het aanbrengen van draadmarkeringen.

Om effecten op natuur goed in te kunnen schatten is kennis over het voorkomen, gebiedsgebruik en vliegbewegingen van vogels (maar bijvoorbeeld ook van vleermuizen) in het plangebied noodzakelijk. Wij hebben hierover kennis verzameld tijdens veldonderzoeken. We zijn sinds begin 2007 intensief betrokken bij het bepalen en beoordelen van effecten van hoogspanningsverbindingen (boven- en ondergronds) en adviseren bij mogelijkheden voor mitigatie. 

Onderzoeksmethoden

Aanvaringsrisico's voor vogels met hoogspanningslijnen zijn in de schemer en nacht het hoogst. Het is daarom van belang om juist gedurende de donkerperiode informatie te verzamelen over nachtelijk vlieggedrag van lokale en migrerende vogels. Wij hebben radarapparatuur en zijn daardoor instaat ook gedurende de nacht de aanvaringsrisico's in te schatten.

Analyse van de verzamelde gegevens vindt plaats met behulp van gangbare database- en statistische programmatuur. Daarnaast kunnen ruimtelijke en trendanalyses uitgevoerd worden. Bij de analyse van ruimtelijke patronen wordt gebruik gemaakt van Geografische Informatie Systemen (GIS).

Een overzicht van de resultaten van het onderzoek van Bureau Waardenburg is gepresenteerd tijdens een door ons georganiseerd symposium op het Europees Ornithologisch Congres (in 2009 in Zwitserland). Bekijk de presentatie.

Bepaling aantal slachtoffers en effect op totale populaties

Om inschattingen van te verwachten aantallen draadslachtoffers te onderbouwen kan in of nabij het plangebied slachtofferonderzoek plaatsvinden bij bestaande hoogspanningslijnen. Wij hebben hiervoor gestandaardiseerde zoekprotocollen ontwikkeld. Tijdens de slachtofferonderzoeken worden proeven uitgevoerd met uitgelegde dode vogels. Daardoor kunnen we corrigeren voor het verdwijnen van slachtoffers door predatie en rekening houden met de trefkans (die niet honderd procent is). Het totaal aantal slachtoffers kan afgezet worden tegen de lokale populaties om het effect te bepalen. Ook is het mogelijk door middel van onderzoek vooraf naar voorkomen en intensiteit van vliegbewegingen inschattingen te maken van het te verwachten aantal aanvaringsslachtoffers en consequenties voor populaties vogels door te rekenen, bijvoorbeeld in nieuwe zoekgebieden voor hoogspanningsleidingen. 

Terug naar Effectstudies vogels