Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Hoe bepaal je het voedselaanbod voor dassen
U bevindt zich hier:

Hoe bepaal je het voedselaanbod voor dassen?

Niet alle regenwormen voedsel voor dassen

Het favoriete voedsel van dassen zijn regenwormen. In Nederland komen zo'n twintig soorten regenwormen voor van verschillende groottes en met verschillende levenswijzen. Sommige soorten leven aan het bodemoppervlak, anderen juist diep onder de grond en er zijn soorten die overdag diep in de grond zitten en 's nachts naar het oppervlak komen om te eten. Alleen regenwormen die aan het oppervlak leven of komen zijn voor dassen te vangen.

Onderzoeksmethode aanbod regenwormen

Onder de regenwormen die alleen 's nachts aan het oppervlak komen bevindt zich de grootste soort, Lumbricus terrestris. Die eet een das het liefst. Alleen is het niet makkelijk om die te vangen, want zodra hij onraad voelt (trillingen van een langslopende das), glipt hij terug in zijn hol onder de grond. Dus ook voor een onderzoeker, die wil bepalen hoeveel regenwormen op een plek leven, is deze regenworm moeilijk te vangen. Om dit probleem op te lossen hebben we de volgende techniek toegepast.

Op een aantal plekken in het onderzoeksgebied hebben we een stuk grond van 0,1 tot 0,2 m² en 15 tot 20 cm diep uitgestoken. De wormen in dit stuk grond worden verzameld en op naam gebracht. De dieper levende wormen mis je dan nog. Daarvoor hebben we op dezelfde plekken de bodem doordrenkt met een oplossing van verdund mosterdpoeder (verfimuge genoemd). De regenwormen vinden dit niet prettig en vluchten naar het bodemoppervlak, waar je ze met de hand kan pakken.

Zeven dassen per km²

Van alle gevangen regenwormen hebben we het versgewicht bepaald en dit geëxtrapoleerd naar het totale oppervlak van het onderzoeksgebied. Alleen het gewicht van de regenwormen die voor de dassen vangbaar zijn (dus niet de soorten die altijd onder de grond blijven) vormt het voedselaanbod voor de dassen.

De resultaten van de bodemmonsters hebben we vergeleken met de resultaten van andere dassenleefgebieden. Daarvan is bekend hoeveel dassen per km² kunnen leven, gegeven een bepaalde wormenbiomassa per hectare. In ons onderzoeksgebied zouden ongeveer zeven dassen per km² kunnen leven.

Rapport:
Wansink, D.E.H. & P-B. Broeckx, 2011. Mogelijkheden voor tijdelijke waterberging in dassengebied Heumen-Noord. Rapportnr. 11-051. Bureau Waardenburg, Culemborg.

Contactpersonen: