Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Buffelen in de buitenlucht
U bevindt zich hier:

Buffelen in de buitenlucht

Het beeld is zo romantisch, de veldwerker die door de velden struint en bijzondere planten met ontroering bestudeert. Het klopt dat wij ons werk met passie uitvoeren maar veldwerk kan ook erg uitdagend zijn. Het werk moet goed gebeuren, binnen een bepaalde tijd. Soms is niet alleen het weer slecht maar zijn de omstandigheden ook zwaar. Toch weet een ervaren veldbioloog ook onder moeilijke omstandigheden een goede studie uit te voeren.

Vegetatiekartering in het Verdronken land van Saeftinghe

In opdracht van Rijkswaterstaat karteert Bureau Waardenburg al jaren de vegetatie op schorren en kwelders van het Deltagebied en de Waddenzee. Dit jaar waren o.a. de schorren langs de Westerschelde aan de beurt in het kader van het VEGWAD programma van RWS, waaronder het Verdronken Land van Saeftinghe.

Het Verdronken Land is het grootste brakwaterschor van Europa. Als gevolg van haar ligging op het punt waar de Westerschelde zich sterk vernauwt, kent ze de grootste getijdeverschillen van Nederland: 4 tot 5 meter. En als het opkomende water komt, komt het snel. 

Getijden

Het veldwerk is afgestemd op periodes waarin het tij gunstig is. Voorafgaande aan elke velddag moet gepland worden via welke route gelopen gaat worden en hoe weer veilig naar de kant genavigeerd kan worden bij opkomend hoog water.

De zone in de nabijheid van de dijk konden we zelfstandig karteren. Bij tochten verder van de kant werden we vergezeld door een gids van Zeeuws Landschap. De gids kent de doorwaadbare plekken in diepere geulen, weet hoe lang je kan door gaan voordat het water te hoog komt te staan en waar -als het toch mis loopt-  de verschillende vluchtroutes, vluchtheuvels en landingsplaatsen voor helikopters zijn. 

Wat het plannen extra lastig maakt, is dat niet in de getijdetabellen staat in hoeverre de wind zorgt voor opstuwing van het water. Op één van de eerste dagen met gids bleek de opstuwing dusdanig dat het water veel eerder op kwam dan normaal. Overtijen op een vluchtheuvel bleek niet nodig, maar een nat pak was niet te vermijden. 

De uitdaging die kreek heet

Een lange stevige stok is onontbeerlijk bij het zoeken naar verborgen kreekjes onder de vegetatie. Bij kleine kreken kan een stok ook als polsstok dienen bij het eroverheen springen. En bij modderbanken en natte zandvlaktes kun je met de stok voelen in hoeverre ze te betreden zijn.

En als het ondanks deze voorzorgsmaatregelen toch mis gaat, kan de stok je als een soort derde been in evenwicht houden. Zo kan het gebeuren dat je over het ene kreekje heenstapt maar je in het andere (onder de vegetatie verborgen) kreekje dat er direct naast blijkt te stromen, valt. Zelfs de kleinste kreekjes, soms nauwelijks 10 cm breed, zijn vaak meer dan een meter diep.  

Rietvelden

De vegetatie in het gebied varieert van toegankelijke lage zeekraalveldjes en matten van zeekweek, tot manshoge zeeastervelden en drie meter hoge rietvelden. Lopen door rietvelden is erg vermoeiend, omdat je er zelf een pad door moet maken. Wanneer het riet nat is, word je ook nog eens kletsnat.
In de rietvelden blijkt het heel belangrijk om met behulp van de veldcomputer de koers vast te houden. Zonder correctie blijkt iedereen een afwijking naar links dan wel rechts te hebben en uiteindelijk rondjes te lopen! Wat een hoop goed maakt is dat je waterrallen hoort krijsen en je zo nu en dan baardmannetjes voorbij ziet komen.

Monitoring in de Biesbosch

Een ander voorbeeld van een kartering waarbij de omstandigheden soms voor uitdagingen zorgden, was de kartering van de Biesbosch 2017, in opdracht van Staatsbosbeheer. We inventariseerden er, samen met de bureaus Van der Goes & Groot en NWC, planten, libellen, dagvlinders en sprinkhanen. Daarnaast wordt met behulp van satellietbeelden en opnamen in het veld de vegetatiestructuur in kaart gebracht. In latere jaren zijn de broedvogelmonitoring, vegetatiekartering en PQ’s aan de beurt.

De monitoring maakt deel uit van het monitoringsprogramma in het kader van de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL).

De monitoring in de Biesbosch werd uitgevoerd in de kano en lopend in lieslaarzen. Bart Achterkamp geeft een sfeerimpressie:

“Boven je de ijle kruinen van een oud wilgenbos. De ondergroei is weelderig en beperkt het zicht vooruit tot maximaal tien meter.
Er hangt een zware, tropische geur. Je ellebogen tintelend van de brandnetels waartussen je voortploetert, zoveel mogelijk de stengels met de voet naar de zijkant buigend. Op zoek naar dat ene slenkje waar spindotters en bittere veldkers kunnen staan.
Onderweg voer je de bedekking van groot heksenkruid en ijle zegge in. Dan check je meteen op de tablet of je nog de goede kant op loopt.
Waar haagwinde de brandnetels aan elkaar weeft gaat het tempo nog verder achteruit. Uit de brandnetels dwarrelen kafjes en zaadjes die aan het zweet in je nek blijven plakken. Elke tien tot twintig meter kom je een omgevallen wilg tegen. Er onderdoor, overheen, of (tijdrovender) er omheen?”

Rozen

Ondanks dat het leven van onze veldwerkers soms meer over brandnetels dan over rozen gaat, voeren zij hun werk altijd toegewijd en op vakkundige wijze uit.

Contactpersonen