Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Vegetatiekarteringen laten een positieve trend zien bij bijzondere plantensoorten
U bevindt zich hier:

Vegetatiekarteringen 2012-2014 laten een positieve trend zien bij bijzondere plantensoorten

Kartering van de vegetatie in één van de natuurgebieden
Trends in voorkomen van karteersoorten in een aantal gebieden. Toename en afname sinds de vorige kartering (gem. 10 jaar geleden). Bron: vegetatie- en plantensoortenkartering Bureau Waardenburg 2013 in terreinen van Staatsbosbeheer.

Toename bijzondere planten in natuurgebieden

In veel natuurgebieden neemt het aantal bijzondere plantensoorten toe. Dat blijkt uit de meer dan 20 vegetatie- en plantensoortenkarteringen die Bureau Waardenburg in de periode 2012-2014 uitgevoerd heeft voor terreinbeherende instanties, merendeels in het kader van SNL (subsidieregeling Natuur en Landschap). Hierbij zijn beekdalen, hoogvenen, heideterreinen, uiterwaarden, bossen en laagveenmoerassen onderzocht in de provincies Drenthe, Gelderland, Friesland, Groningen, Noord Brabant en Utrecht. 

Trends in natuurontwikkelingsgebieden

Daaronder waren natuurontwikkelingsgebieden, zoals het Needse Achterveld en de Holmers. In het Needse Achterveld is een zeer bijzondere pioniervegetatie ontstaan met veel Draadgentiaan. De Holmers, een bovenloop van de Drentse Aa, heeft zich binnen enkele jaren ontwikkeld tot een bijzonder soortenrijk kwelmoeras. 

Trends in bestaande natuurgebieden

Ook in bestaande natuurgebieden is vaak sprake van een voorzichtige of zelfs een duidelijke kwaliteitsverbetering. Voorbeelden zijn het Renkums beekdal, het Haaksbergerveen, de veentjes in Drentse boswachterijen en het Overlangbroek. De tabel (rechts) presenteert de trends in soortgegevens  van de gebieden die in 2013 door ons zijn gekarteerd. De kwaliteitsverbetering is vooral te danken aan het feit dat we beter weten hoe we terreinen kunnen inrichten en beheren, welke maatregelen succesvol zijn en welke niet.

Het succesverhaal van natuurontwikkeling langs de grote rivieren is inmiddels redelijk goed bekend, ook bij het grote publiek. Hierbij worden begrazing en hoge dynamiek vaak aangegeven als oorzaken van deze positieve trend.

Minder bekend zijn de succesverhalen in andere delen van het land, zoals de pleistocene zandgronden en de beekdalen, waar goede resultaten geboekt zijn door hydrologische aanpassingen en ontgrondingen, vaak in combinatie met een beheer van maaien en afvoeren. Niet alleen hoge dynamiek en begrazing leiden dus tot positieve resultaten. 

Natuurontwikkeling beter te sturen met kennis van trends

Over veel aspecten weten we echter nog onvoldoende, bijvoorbeeld over de resultaten van natuurontwikkeling op lange termijn. Vooral pioniersoorten doen het goed, maar plantensoorten van latere successiestadium herstellen zich veel minder snel, evenals de fauna. Duidelijk is bovendien dat zonder beheer, in welke vorm dan ook, de biodiversiteit sterk achteruit gaat.

We zijn op de goede weg met het herstel van de botanische biodiversiteit in onze natuurgebieden, maar we zijn er nog lang niet. En door bezuinigingen bestaat bovendien een kans dat de positieve ontwikkelingen weer grotendeels teniet gedaan worden.

Met gegevens van gestandaardiseerde monitoring beheer evalueren

Door terreinen regulier op een gestandaardiseerde wijze te monitoren komen trends aan het licht, waardoor we beter in staat zijn keuzes te maken en het beheer te plannen en evalueren. Staatsbosbeheer is zo'n dertig jaar geleden begonnen met deze gestandaardiseerde aanpak. Deze is voor een belangrijk deel overgenomen in de monitoringsprotocollen van SNL (Subsidieregeling Natuur en Landschap), waarmee alle terreinbeheerders hun terreinen op een vergelijkbare manier zijn gaan monitoren. 

Voor meer informatie over vegetatiekarteringen kunt u contact opnemen met: