Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Ontwerpvoorschrift faunavoorzieningen ProRail
U bevindt zich hier:

Ontwerpvoorschrift faunavoorzieningen ProRail

Kleine faunavoorziening in Lochem

Zoals elk zichzelf respecterend bedrijf, besteedt ProRail in haar beleid èn op de werkvloer aandacht aan duurzaamheid. Dit uit zich, onder andere, in de wens te voorkomen dat spoorwegen onneembare barrières vormen voor diersoorten en leefgebied versnipperen. Bureau Waardenburg i.s.m. BWZ Ingenieurs helpt ProRail dit streven te realiseren.

Voorschriften zijn nodig bij de complexe projecten van ProRail

ProRail is een grote organisatie en werkt aan grote complexe projecten, zoals de aanleg van een nieuwe spoorlijn of het onderhoud van spoorlijnen. Bovendien zorgt ProRail er voor dat het spoor veilig is en er geen ongelukken met mensen, materieel of overstekende dieren gebeuren.

Bij haar werk aan het spoor moet vaak door verschillende mensen aan heel veel zaken aandacht worden besteed. Om er voor te zorgen dat niets wordt vergeten worden voorschriften opgesteld. In de voorschriften staan eisen waar de uitvoerders zich aan moeten houden. Wij stellen voor ProRail een Ontwerpvoorschrift (OVS) op, voor de aanleg van faunavoorzieningen.

Heel veel typen faunavoorzieningen, beperkt aantal voorschriften

Omdat er heel veel typen faunavoorzieningen zijn, is het niet mogelijk om voor elke voorziening op te schrijven aan welke eisen het ontwerp moet voldoen. De voorzieningen variëren van ecoduct tot amfibieëntunnel en van een wildraster tot een looprichel in een duiker. En er worden nog steeds nieuwe voorzieningen bedacht. Als elke voorziening behandeld zou moeten worden, zou het Ontwerpvoorschrift veel te omvangrijk worden en waarschijnlijk niet (volledig) worden gebruikt.

Daarom proberen we een Ontwerpvoorschrift te maken dat voornamelijk generieke eisen bevat. Dit is mogelijk door niet de voorziening als uitgangspunt te nemen, maar de diersoort waar de voorziening voor is bedoeld. Elke diersoort stelt namelijk specifieke eisen aan het landschap om van A naar B te komen. De faunavoorziening moet aan die eisen voldoen.

Faunavoorzieningen moeten aansluiten bij gebruik landschap 

De faunavoorziening moet als het ware een natuurlijk element in het leefgebied van het dier worden. Dit betekent niet dat de faunavoorziening uit natuurlijke materialen moet bestaan, maar dat het aansluit op de manier waarop het dier door het landschap beweegt. Doet hij dat zwemmend, lopend, vliegend of van boom naar boom springend? En hoe oriënteert hij zich daarbij. Op zicht, op geluid of op geur? Een belangrijke vraag is ook hoe mobiel de soort is. Legt het makkelijk grote afstanden af of is het juist erg honkvast? Voor de eerstgenoemde is het misschien voldoende om een raster te plaatsen dat het dier naar en over de faunavoorziening leidt, terwijl voor de tweede op de faunavoorziening ook verblijf- en rustplaatsen moeten worden ingericht. Deze primaire vragen staan in het Ontwerpvoorschrift. Voor de antwoorden per soort wordt verwezen naar de Leidraad faunavoorzieningen bij infrastructuur, zodat het Ontwerpvoorschrift bondig blijft.

Loopplanken onder spoorbrug bij Uitgeest.

Contactpersoon: