Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

SNL Karteringen Bureau Waardenburg
U bevindt zich hier:

SNL-karteringen

Voorbeelden van vegetatiekarteringen, SNL-karteringen en habitattypekarteringen


Kapittelduinen (o.a. Staelduinse bos, Van Dixhoorndriehoek) Zuid Holland (2014) 

In dit duingebied is een vegetatiekartering uitgevoerd die is omgewerkt naar een habitattypekartering. Verder zijn de plantensoorten en de structuur gekarteerd conform de eisen van SNL. Ook de sprinkhanen en vlinders zijn geïnventariseerd conform de eisen van SNL. In het gebied zijn verschillende waardevolle vegetaties aanwezig. Er komen natte duinvalleien voor met Parnassia, Bitterling en Groenknolorchis. Het Staelduinse bos is een oud binnenduinrandbos. In het duingebied heeft Duindoorn zich in de afgelopen decennia sterk uitgebreid ten koste van open duingraslanden. Recent is in een groot deel van dit struweel verwijderd. Er is daardoor een veel dynamischer duin ontstaan, dat ruimte biedt aan nieuwe duingraslandvegetaties. Bureau Waardenburg is ook betrokken geweest bij het ontwerp en de uitvoer van deze inrichtingsmaatregelen. Bij het veldwerk ontdekten we dat het aantal neofyten (exoten) in dit duingebied opvallend groot is. Tweekleurig springzaad is bijvoorbeeld aan het inburgeren. Ook vonden we in het Staelduinse bos één van de nieuwe kroossoorten (Wolffia colombinana), die Bureau Waardenburg recent in Nederland heeft ontdekt.

Oostelijke Vechtplassen (2014)

SNL-plantensoorten en Rode lijst-soorten vaatplanten zijn gekarteerd. Er is in dit kader geen vegetatiekartering uitgevoerd, ook geen onderzoek naar andere soortgroepen. Op een aantal plekken voerden we de 0-monitoring uit van herstelprojecten (mogelijk gemaakt door Europese Life-subsidie), waaronder de herstel van Galigaanmoerassen in het Hol, en het graven van petgaten op een aantal locaties.

Grensmaas, habitattypekaart (2014)

Bureau Waardenburg heeft de eerste stappen gezet voor het maken van een habitattypekaart voor de Grensmaas. De enige vrij afstromende grindrivier in Nederland. We hebben dit gedaan met behulp van bestaande gegevens, zoals ecotopenkaarten en soortverspreidingsgegevens. Het gebied heeft een dynamisch karakter, waarbij bepaalde habitattypen niet elk jaar op dezelfde plekken voorkomen. Dit heeft consequenties voor het gebruik van de habitattypenkaart. De bossen in het gebied blijken niet te behoren tot het habitattype waarvoor het gebied is aangewezen. Ze kunnen wel tot een ander habitattype gerekend worden. Verder blijkt het habitattype Ruigten en zomen, droge bosranden aanwezig te zijn in het gebied, ook een habitattype  waarvoor het gebied niet is aangewezen. Het opstellen van een definitieve habitattypekaart is niet goed mogelijk zonder onderbouwing met veldgegevens over vegetaties (vegetatiekarteringen met vegetatieopnamen) en recente floragegevens. Hiervoor is een plan van aanpak gemaakt dat in 2014 uitgevoerd zal worden.

Oostereng (Renkums beekdal, Jufferswaard en Doorwerth) Gelderland (2014) 

De beekdalgraslanden in het Renkums beekdal zijn sinds de vorige kartering in 2003 sterk vooruit gegaan. Rietorchis en Moeraskartelblad hebben zich gevestigd en Klimopwaterranonkel, Grote ratelaar en Groot bronkruid zijn toegenomen. In de Jufferswaard is een populatie ontdekt van de zeldzame Distelbremraap. De neofyt Oranje springzaad heeft zicht uitgebreid, evenals Reuzenbalsemien. In de bossen van Doorwerth zijn alleen soorten gekarteerd. De grootste bijzonderheden zijn Dichte bermzegge, Fraai hertshooi en Bosereprijs. Onder langs de Noordberg is een bijzondere vorm van het stroomdalgrasland aangetroffen, met Voorjaarsganzerik en Gestreepte klaver. Het industrieterrein De Beukenlaan, aangekocht en ingericht voor de natuur, is niet gekarteerd, omdat dit op het moment van onderzoek nog niet eigendom was van Staatsbosbeheer.

Bemmelse waard, Gendtse polder, Klompenwaard, Tolkamerdijk, Gelderland (2014) 

De Tolkamerdijk en de Klompenwaard zijn in botanisch opzicht bijzonder waardevol, vanwege het voorkomen van goed ontwikkelde vormen van stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden.. Ook de stroomdalruigten en vegetaties van rivierstrandjes behoren tot de best ontwikkelde voorbeelden in Nederland. Het onderscheid tussen de verschillende habitattypen in het gebied is niet altijd eenvoudig te maken, maar is door middel van deze vegetatiekartering goed onderbouwd. In het gebied zijn meerdere soorten bremrapen aanwezig, op het fort in de Klompenwaard werd Blauwe bremraap gevonden, die nog niet bekend was van dit gebied.. Zowel in de Bemmelse waard als in de Klompenwaard zijn mooie voorbeelden aanwezig van slikkige rivieroevers, met bijzondere soorten als Polei. De bekende rivierduinen van de Gendtse polder vielen grotendeels buiten de kartering. Ten opzichte van de vorige karteringen is de botanische kwaliteit licht toegenomen.

Grutte Wielen, Friesland (2013)

In 2013 heeft Bureau Waardenburg in opdracht van het Fryske Gea een integrale vegetatiekartering uitgevoerd van De Grutte Wielen, een gebied met plassen, (riet)moerassen, graslanden en schraallanden van in totaal 564 ha groot, gelegen ten noordoosten van Leeuwarden. 

Wat betreft de soortenkartering zijn alle beschermde en bedreigde (Rode Lijst) soorten planten gekarteerd, alsmede de SNL-karteersoorten voor de betreffende beheertypen. Daarnaast zijn ook relevante SNL-karteersoorten fauna in kaart gebracht (voornamelijk libellen en dagvlinders). In totaal zijn 16 Rode lijstsoorten planten aangetroffen, waaronder Noordse zegge, Rietorchis, Grote boterbloem, Klein glaskroos en Spaanse ruiter.

De belangrijkste vegetatiekundige waarden zijn te vinden in de dotterbloemhooilanden, blauwgrasland en nat schraalland, en veenmosrietland. In de rapportage worden -naast een bespreking van de karteerresulaten (waaronder vegetatiekaarten en soortverspreidingskaarten 1:5000)- aanbevelingen gedaan ten aanzien van het beheer van het gebied.

Lendevallei, Friesland (2013)

In 2013 heeft Bureau Waardenburg in opdracht van het Fryske Gea een integrale vegetatiekartering uitgevoerd van De Lendevallei: een gebied met petgaten, ribben, (riet)moerassen, (moeras)bossen, struwelen, graslanden en schraallanden van in totaal 905 ha groot ten zuiden van Wolvega.

Wat betreft de soortenkartering zijn alle beschermde en bedreigde (Rode Lijst) soorten planten gekarteerd, alsmede de SNL-karteersoorten voor de betreffende beheertypen. Daarnaast zijn ook relevante SNL-karteersoorten fauna in kaart gebracht (voornamelijk libellen en dagvlinders). In totaal zijn per gebied 20 Rode lijstsoorten planten aangetroffen, waaronder Langstengelig fonteinkruid, Liggend hertshooi en Drijvende egelskop.

De belangrijkste vegetatiekundige waarden zijn te vinden in de dotterbloemhooilanden, blauwgrasland en nat schraalland, en veenmosrietland. Ook de oudere moerasbossen herbergen evidente natuurwaarden. In de rapportage worden concrete aanbevelingen gedaan ten aanzien van het beheer van het gebied. 

Middenloop (Lieverense diepje, Oostervoortse diep) Drenthe (2013) 

Het beekdal van het Lieverense diepje (de Hazematen bij Mensinge) is in botanisch oogpunt bijzonder waardevol, maar veel minder bekend dan de nabijgelegen Drentse Aa. Uniek zijn Adderwortelvegetaties, die in het gebied van de Drentse Aa volledig ontbreekt. Langs de beekdalflank zijn fraaie populaties aanwezig van Verspreidbladig goudveil en Schedegeelster. De botanische kwaliteit van het bestaande natuurgebied is licht vooruitgegaan ten opzichte van de vorige kartering. Bijzonder was de vondst van Welriekende nachtorchis, die nog niet eerder in dit gebied was waargenomen. Langs het Oostervoortse Diep zijn natuurontwikkelingsgebieden gekarteerd, waarin Moeraskartelblad aspectbepalend voorkomt en diverse andere bijzondere soorten zich gevestigd hebben, waaronder Draadrus. Ook in en rond het bijzondere blauwgrasland het Broekland (met Paardehaarzegge) was sprake van een positieve trend. Verder zijn enkele bijzondere, soortenrijke bossen gekarteerd op potklei en maakten een aantal kleinere heideterreinen deel uit van deze karteringsopdracht.

Hooghalen-Grolloo (inclusief Drenthe, 2013)

gekarteerd. In deze terreintjes is op veel plekken een positieve trend zichtbaar. Vooral soorten van hoogvenen zijn behoorlijk talrijker dan tijdens de vorige kartering. Dit is het resultaat van diverse inrichtingsmaatregelen, vooral op het gebied van hydrologie: gebieden zijn vernat door afwatersloten te dichten en terreinen zijn met elkaar verbonden door tussenliggend bos te verwijderen. Het instellen van begrazing heeft duidelijk een positief effect op de drogere terreingedeelten.

De Holmers is een nieuw natuurgebied, ingeklemd tussen de boswachterijen Grolloo en Hooghalen. Het is één van de bovenlopen van de Drentse Aa. De uitgangssituatie voor natuurontwikkeling is perfect: de agrarische toplaag is geheel verwijderd en vanuit de aangrenzende boswachterijen stroomt schoon kwelwater het gebied in.  In het gebied zijn diverse bijzondere plantensoorten gevonden, waaronder Moeraswespenorchis, Grote boterbloem en Draadgentiaan. Staatsbosbeheer heeft bewust de keuze gemaakt om dit terrein niet te beheren. Er zal daardoor bos ontstaan, mogelijk doorstromingsveen. Een deel van de huidige natuurwaarden zullen daardoor weer verdwijnen, maar er komt een nog onbekende wildernis voor in de plaats.

Beekvliet (met Stelkampsveld en Hagenbeek) Gelderland (2013)

Het Stelkampsveld is één van de waardevolste schraallandgebieden in Nederland. Er is een fraai reliëf aanwezig, wat resulteert in een zeer kleinschalige afwisseling van vegetaties, waaronder zwak gebufferd ven, kalkrijk blauwgrasland en heischraal grasland. Nabij het Stelkampsveld zijn in de afgelopen decennia diverse maatregelen uitgevoerd. Veel bijzondere soorten hebben zich ook daar gevestigd, deels vanuit de bronpopulaties in het Stelkampsveld. In de wat langer geleden herstelde terreinen zijn de pioniersoorten inmiddels weer afgenomen, maar vestigen de soorten van de wat oudere successiestadia zich relatief langzaam. In het nabijgelegen Hagenbeek heeft Staatsbosbeheer de ontwikkeling wat geholpen door maaisel met doelsoorten op te werpen. Deze hebben kunnen kiemen, maar de vegetatie lijkt nog niet erg stabiel.

In het kader van Natura 2000 vindt momenteel in dit gebied op grotere schaal natuurherstel plaats, waarbij de landbouwkundige toplaag wordt verwijderd en het kleinschalige reliëf wordt hersteld . Na herstel van hydrologie en instelling van maaibeheer is de verwachting dat hier eveneens  hoge natuurwaarde gaan ontstaan. Hierdoor is het voortbestaan van de unieke natuurwaarden in het gebied ook op langere termijn veilig gesteld.

Haaksbergerveen, Overijssel (2013)

In 2013 heeft Bureau Waardenburg een integrale vegetatiekartering uitgevoerd van het Haaksbergerveen. Dit gebied is één van de belangrijkste hoogveengebieden in ons land. Hoogveenherstel door compartimentering heeft geleid tot een toename van de oppervlakte en kwaliteit van het hoogveen. Deze toename zet nog steeds door, waarbij met name de vegetaties van hoogveenslenken zich hebben uitgebreid. In een groot deel van het gebied is het hoogveen echter niet hersteld. Verbossing is met name in deze delen een groot probleem. In een hydrologisch afwijkend gebiedsdeel zijn vegetaties aanwezig van licht gebufferd milieu, met soorten als Waterdrieblad en Kleinste egelskop. In het noorden van het gebied is een fraaie Beenbreekvegetatie aanwezig. Langs de randen van het gebied zijn, op minerale bodem, zijn herstelmaatregelen uitgevoerd, waarbij bijzondere pioniersoorten als Draadgentiaan en Moerashertshooi zich hebben gevestigd. 

Elperstroom en Boswachterij Schoonloo, Drenthe (2012)

In de Reitma zijn zeer waardevolle hooilanden gekarteerd, zoals dotterbloemhooiland, blauwgraslandlanden, kleine zeggenmoeras en kalkmoeras, met soorten als tweehuizige zegge, vlozegge, paardenhaarzegge en blonde zegge. Hier komt ook de laatste Drentse populatie voor van de zilveren maan. De situatie is min of meer stabiel sinds de vorige kartering, dankzij het constante beheer van maaien en afvoeren. Verbeteringen zijn zichtbaar in de randgebieden, waar de hydrologie in recente jaren is aangepast. 

Ook de Stroetma en Oosterma zijn gekarteerd. Dit zijn uit productie genomen landbouwgronden, die recent sterk zijn vernat, maar niet zijn afgegraven. Hier ontstaat kwelmoeras dat door begrazing open gehouden moet worden. De kartering toont de ontwikkeling van soorten kwelmilieus, en brengt tevens in kaart waar een gunstige ontwikkeling nog uitblijft (bijv. pitrus-ruigten). In Boswachterij Schoonloo zijn de open terreingedeelten gekarteerd (heide en vennen). Er zijn verschillende hoogveenvennen aanwezig, met grote populaties veenbes, lavendelheide en hoogveenveenmossen. Hier komt veenbesparelmoervlinder voor. De kartering laat zien dat de veentjes zich de laatste jaren gunstig ontwikkeld hebben. Dit is voor een deel het gevolg van het verbinden een aantal geïsoleerde vennetjes.

Beekdal van het Merkse, Noord Brabant (2012)

In dit beekdal zijn verschillende typen beekdalgraslanden aanwezig, waarvan een belangrijk deel tot natte schraallanden is te rekenen. De mate van grondwaterinvloed en het beheer zijn de belangrijkste bepalende factoren voor de plantengroei. Kenmerkende soorten zijn onder andere Moesdistel, Knolsteenbreek, Rietorchis en Moerasstreepzaad. Op veel plaatsen is de vegetatie veel ruiger dan wenselijk. Een tijdelijke intensivering van het maaibeheer zou een oplossing kunnen zijn.

Plaatselijk zijn waardevolle beekbegeleidende bossen aanwezig, met Muskuskruid en Slanke sleutelbloem. De kartering toont een sterke toename van de invasieve exoot Reuzenbalsemien in deze bossen.

Hoger gelegen gronden zijn in recente jaren aangekocht. Enkele vennen zijn hersteld. Hierin zijn nu Moeraswolfsklauw en Bruine snavelbies aangetroffen. De tussenliggende graslanden zijn niet afgraven. Hier zijn nog voedselrijke graslanden aanwezig, terwijl de beheerder heide nastreeft. Door de Universiteit van Antwerpen is onderzocht of uitmijnen een mogelijkheid is om dit doel te realiseren. De resultaten van dit onderzoek zijn in onze rapportage opgenomen.

Noord Veluwe (2012)

Voor Provincie Gelderland heeft Bureau Waardenburg in 2012 een vegetatie- en plantensoortenkartering uitgevoerd op de Noord-Veluwe (circa  400 hectaren). Er waren vier verschillende terreineigenaren bij betrokken: twee gemeenten (Epe en Heerde) en twee landgoedeigenaren (Welna en Tongeren). Na afloop zijn aan de eigenaren de 'hotspots' in hun gebied gepresenteerd en is aangegeven hoe ze hier met het beheer rekening mee kunnen houden. Er zijn in totaal 69 karteersoorten gekarteerd, waaronder 28 Rode lijst-soorten.  De diversiteit was groot, er zijn 111 lokale vegetatietypen onderscheiden. Droge heide kwam het meeste voor, maar ook natte heide, venvegetatie, schraalland en bos zijn gekarteerd. De kartering was voor de opdrachtgever een belangrijke pilot voor SNL-project

De Paltz (2012)

Voor Utrechts Landschap heeft Bureau Waardenburg een inventarisatie  van flora- en fauna uitgevoerd van Landgoed de Paltz, inclusief de (deels dichtgegroeide) zandgroeve. Er zijn 37 soorten broedvogels, 24 soorten dagvlinders, 14 sprinkhaansoorten, 7 libellensoorten, en 5 soorten vleermuizen vastgesteld. Ook de hazelworm, de zandhagedis, eekhoorn en das zijn aanwezig. Bij de planten zijn 47 soorten gekarteerd, waaronder 10 Rode lijst-soorten, met enkele grote bijzonderheden.

In de zandgroeve is een vegetatiekartering uitgevoerd, waarbij 27 vegetatietypen zijn onderscheiden. De inventarisatie wordt gebruikt bij het opstellen van het beheerplan voor dit gebied, dat pas recent door Utrechts Landschap is verworven.

Overzicht van vegetatiekarteringen 2002-2014

 

Contactpersoon