Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Pelagic fish and terns
U bevindt zich hier:

Pelagisch vissen onder sterns

Om meer te weten te komen over welke soorten vis en van welke lengteklassen  grote sterns en visdieven binnen de begrenzingen van het Natura 2000-gebied Voordelta vangen, vissen we in de bovenste waterlaag op de plaatsen waar ook de grote sterns dat doen. Met twee Zodiacs met een groot net ertussen vissen we op de Noordzee, in de Voordelta voor de kust van Schouwen-Duiveland. Het onderzoek is een aanvulling op het reeds uitgebreide monitoringsprogramma voor het volgen van de natuurcompensatie in het kader van de aanleg van de Tweede Maasvlakte. 


Dit onderzoek is in de schijnwerpers gezet bij een uitzending van VARA's Vroege Vogels.

Broedsucces en voedsel aanbod

Het aanbod visprooien haringachtigen (haring en sprot) en zandspieringachtigen (twee soorten zandspieringen en smelt) zijn van grote invloed op het broedsucces van grote sterns en visdieven broedend in de kolonies in de Delta. Met de aanvullende onderzoeksmodule wordt het aanbod van relevante prooisoorten voor sterns in de Voordelta inzichtelijk gemaakt. Dit geeft een nadere onderbouwing van relaties tussen het reilen en zeilen van de sterns en de ecologische veranderingen in het bodembeschermingsgebied.

Van genoemde vissoorten is weinig bekend over het voorkomen en de verspreiding in de Nederlandse kustzone gedurende het broedseizoen van de sterns (en daarbuiten overigens ook). In de reguliere monitoringsprogramma's voor vis in de Nederlandse kustzone wordt er eigenlijk niet gekeken naar voor vogels interessante prooivissen. Dit komt omdat commercieel gezien de lengteklassen (haringachtigen) of de soorten (zandspieringachtigen) niet interessant zijn. De reguliere  monitoring richt zich met name op bodemvissen (demersale vissen) uitgevoerd met garnalenkorren, waarmee een onvolledig beeld van het voorkomen en de verspreiding van pelagische vissen wordt verkregen.

Bemonstering

Om meer te weten te komen over vis die vangbaar is voor sterns dient de bemonstering plaatst te vinden in dat deel van de waterkolom waarin ook de sterns foerageren, namelijk de bovenste anderhalve meter. Daarbij moet de bemonstering ook kunnen plaatsvinden in relatief ondiep water, bijvoorbeeld rondom zandplaten in de Voordelta. Tenslotte is het van belang dat wordt bemonsterd in de voor sterns meest relevante en kritische periode, in de vroege zomer ten tijde van het opgroeien van de jongen.

Om te kunnen monsteren in ondiep water, is een kuil aangepast met drijvers dat het net aan de oppervlakte houdt wanneer het wordt voortgetrokken door twee kleine boten (zie figuur). Zodoende wordt in de bovenste anderhalve meter van de waterkolom gevist. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van twee zodiac's. De kuil is middels twee lange treklijnen bevestigd aan de zodiac's. Het voordeel van werken met zodiac's is dat ze een zeer geringe diepgang hebben en dat ze wendbaar en flexibel inzetbaar zijn.

Schematische weergave van de pelagische visbemonstering.

Na het vissen volgt in het lab determinatie en het meten van de vissen. Daarnaast wordt in het veld additionele informatie verzameld over zoutgehalte, doorzicht en temperatuur van het water. Ook wordt bijgehouden welke vogelsoorten tijdens de bemonsteringen foerageren en hoeveel dat er zijn. Tijdens de drie jaren dat we nu ervaring hebben met deze vistechniek werd altijd een sterk positief verband gevonden tussen het vangstsucces in de bovenste waterlaag van pelagische vis en de aanwezigheid van foeragerende sterns en meeuwen.

Verder wordt informatie verzameld over het bevist oppervlak om de vangsten nader te kwantificeren. In stilstaand water kan volstaan worden met het vermenigvuldigen van de treklengte met de breedte van het net. Gebruik van GPS voor bepaling van de treklengte is dan afdoende. In dit onderzoek op zee is echter als gevolg van getijstromen gevist in stromend water waarvoor moet worden gecorrigeerd. De correctie wordt uitgevoerd door met een gekalibreerde flowmeter, een propeller die het aantal omwentelingen telt, het netto aantal meters stromend water te bepalen.

Contactpersonen: