Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Risk Analysis Egyptian Goose
U bevindt zich hier:

Risicoanalyse van de nijlgans in Nederland

Nijlganzen (foto: Martin Bonte)

De nijlgans komt van nature voor in Afrika ten zuiden van de Sahara en in het Nijldal. Al in achttiende eeuw zijn vogels naar Engeland gebracht. Halverwege de vorige eeuw verscheen de soort ook in collecties in Nederland. Ontsnapte en/of vrijgelaten nijlganzen hebben zich als broedvogel in het vrije veld gevestigd, voor het eerst in 1967 bij Den Haag. Sindsdien is het aantal toegenomen en is de verspreiding steeds ruimer  geworden.

In opdracht van het Team Invasieve Exoten (ministerie van EL&I) is door Bureau Waardenburg een risicoanalyse van het voorkomen van nijlganzen uitgevoerd. Hierin zijn de risico's voor biodiversiteit, economie en volksgezondheid/veiligheid in beeld gebracht alsook de mogelijkheden voor beheer van deze vogels.

De nijlgans is een standvogel, dat wil zeggen dat deze na het broedseizoen in de (ruime) omgeving van de broedplaatsen aanwezig blijft. In het broedseizoen is de soort territoriaal waarbij andere soorten wel eens worden verdreven. Buiten het broedseizoen treedt groepsvorming op. De soort is een graseter bij uitstek en wordt vooral in graslandgebieden gezien. Ook in stedelijk groen broedt de soort.

Na de eerste vestiging is de ontwikkeling snel gegaan. Thans reikt het verspreidings­gebied tot in Denemarken en Midden-Duitsland. Zuidwaarts zijn de vestigingen in Nederland en België (vanuit Brussel) samengesmolten en wordt in zuidelijke richting Noord-Frankrijk gekoloniseerd. In Nederland bedraagt het aantal in 2009 ongeveer 10.000 broedparen. Aan het einde van het broedseizoen zijn dit samen met jongen ongeveer 50.000 vogels.

Na de eeuwwisseling is groeisnelheid afgenomen van ruim 20 % naar vrijwel 0% anno 2009. Sinds de eeuwwisseling vindt in het kader van schadebestrijding (op landbouw­gronden) in toenemende mate afschot plaats. Simulatie met een model laat zien dat afschot de verminderde groei in belangrijke mate kan verklaren.

De risicoanalyse laat zien dat schade aan landbouwgewassen inmiddels een meetbare omvang heeft (zie ook het onderzoek aan de gewasschade door nijlganzen), schade aan biodiversiteit is moeilijker vast te stellen, maar niet uitgesloten.

Gyimesi, A. & Lensink, R. Egyptian Goose Alopochen aegyptiaca: an introduced species spreading in and from the Netherlands. Wildfowl (2012) 62: 126-143.

Contactpersoon: