Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Flux-Collision model
U bevindt zich hier:

Het Flux-Collision Model voor de berekening van aantallen vogelslachtoffers bij windturbines

 

Om aan de voorwaarden van het klimaatakkoord te voldoen is uitbreiding van duurzame energie nodig. Een belangrijk aandeel hiervan wordt ingevuld door windenergie. Sterfte van vogels bij windturbines als gevolg van aanvaringen kan hierbij lokaal een probleem zijn. Daarom is het van belang om voor elk nieuw gepland windpark het aantal slachtoffers per soort(groep) zo goed mogelijk te voorspellen.

In een publicatie in Ecological Modelling hebben we twee verschillende modellen voor het berekenen van aantallen aanvaringsslachtoffers vergeleken. Het eerste model wordt in het artikel geïntroduceerd en betreft het door Bureau Waardenburg ontwikkelde Flux-Collision Model. Dit model is recent door de Commissie m.e.r. en de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB) omschreven als de best beschikbare methodiek voor kwantificering van vogelsterfte door windturbines. In het Flux-Collision Model wordt gebruik gemaakt van een soort(groep)specifieke aanvaringskans zoals bepaald in een bestaand windpark (het referentiewindpark). Het model omvat verschillende correctiefactoren waarmee wordt gecorrigeerd voor verschillen tussen het referentiewindpark en het geplande windpark.

Resultaten vergelijken

Op basis van het aantal vliegbewegingen door het geplande windpark, in combinatie met voornoemde aanvaringskans, wordt per soort het aantal aanvaringsslachtoffers berekend. Het Flux-Collision Model wordt in het artikel vergeleken met het (SOSS) Band model. Dit is een theoretisch model, waarin de aanvaringskans wordt berekend op basis van soort- en turbine-specifieke eigenschappen. In een dergelijk theoretisch model wordt geen gebruik gemaakt van kennis over aanvaringskansen opgedaan in bestaande windparken. Het (SOSS) Band model wordt veel toegepast in natuurtoetsen voor windparken op zee. In het onderzoek dat in de publicatie wordt gepresenteerd worden het Flux-Collision Model en het SOSS Band model vergeleken aan de hand van twee case studies, één op land en één op zee. Daarnaast worden de modelresultaten voor de case study op land ook vergeleken met de resultaten van slachtofferonderzoek in het desbetreffende windpark. Op die manier is onderzocht in hoeverre de modelresultaten de werkelijke sterfte van vogels in het windpark benaderen.

Uit het onderzoek blijkt dat de uitkomsten van het Flux-Collision Model en het SOSS Band model vergelijkbaar zijn. Beide modellen zijn gevoelig voor (veranderingen in) uitwijkgedrag. Echter is het effect hiervan in het Flux-Collision Model kleiner, omdat in dit model alleen uitwijking voor het gehele windpark (macro uitwijking) ingevuld hoeft te worden, terwijl voor het SOSS Band model de totale uitwijking ingevuld moet worden, dus ook de uitwijking voor individuele rotoren (micro uitwijking). Dit laatste is veel moeilijker te meten in het veld. Omdat de totale uitwijking altijd een veel hoger percentage betreft dan (enkel) de macro uitwijking, is de gevoeligheid van het SOSS Band model voor realistische variatie in uitwijking vele malen hoger dan die van het Flux-Collision Model.

Aanvaringskans

Wanneer een (kwalitatief goede) aanvaringskans beschikbaar is uit onderzoek in een bestaand windpark, raden we aan het Flux-Collision Model toe te passen. Wanneer dit niet het geval is, maar wel goede gegevens van uitwijkgedrag (totale uitwijking) beschikbaar zijn voor de betreffende soort(groep), heeft gebruik van het Band model de voorkeur. De locatie van het geplande windpark (op zee of op land) speelt hierin geen bepalende rol. Eén van de belangrijke conclusies in het artikel is dat toekomstig onderzoek zou moeten focussen op het meten van aanvaringskansen en uitwijking in bestaande windparken op zee, maar ook op land, zodat dit als input kan dienen voor modelberekeningen voor toekomstige windparken. 

Contactpersoon: