Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Experimentele mitigatie van een vleermuisverblijf
U bevindt zich hier:

Het grote vleermuisexperiment

Experimentele mitigatie van verblijfplaatsen van vleermuizen

Als het ophangen van de gebruikelijke vleermuiskasten onvoldoende is moeten creatieve oplossingen worden bedacht om nadelige effecten op vleermuizen te voorkomen.

Touwtrekken om klooster Sint Ludwig

Er zijn van die ruimtelijke ontwikkelingen waarbij elk voorstel met argusogen door de omgeving wordt bekeken. De sloop van het voormalige klooster Sint Ludwig in Vlodrop is zo'n geval. De juridische strijd over of dit gebouw wel of niet mocht worden gesloopt, duurde 18 jaar. In de laatste fase van de strijd bleek bovendien dat zich in het gebouw vleermuizen en steenmarters bevonden. 

Negatieve effecten op steenmarters konden worden uitgesloten, omdat deze soort het momenteel in Nederland erg goed doet en er voldoende alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving van het gebouw waren. Vanuit de natuurwetgeving was er geen bezwaar tegen de sloop, mits mitigatie werd toegepast.

Zeldzame vleermuissoort in een bijzonder gebouw

Voor de vleermuizen lag dat wat ingewikkelder. Onder de vleermuizen bevond zich een soort die in Nederland erg zeldzaam is en op de Rode lijst van bedreigde zoogdieren staat: de grijze grootoorvleermuis. Het aantal dieren was echter gering. Onderzoek naar vleermuizen in het gebied rondom het voormalige klooster toonde aan dat de sloop van het gebouw een 'gering negatief effect' op de gunstige staat van instandhouding van de vleermuissoort zou hebben. Door het nemen van mitigerende maatregelen kon dat effect tot nul worden teruggebracht. 

Forse investering

Een groot probleem bij het mitigeren van effecten op vleermuizen is echter, dat van de meeste maatregelen niet met zekerheid bekend is dat ze het gewenste effect hebben. Gelukkig was de eigenaar van het gebouw bereid om fiks te investeren in mitigerende maatregelen. Daardoor kon een veelheid aan maatregelen worden genomen. Deze bestonden uit maatregelen om te voorkomen dat dieren tijdens de sloop verstoord of gewond zouden raken en maatregelen om het verlies aan verblijfplaatsen op te vangen.

Mitigatie verlies aan verblijfplaatsen

Het ophangen van de gebruikelijke vleermuiskasten werd in dit geval als onvoldoende beschouwd. Een vleermuiskast valt in het niet vergeleken met de ruimte beschikbaar in een kloostergebouw. Daarom zijn ook een aantal objecten rond het gebouw aangepast, zodat vleermuizen hiervan gebruik kunnen maken. In totaal gaat het om vijf objecten, variërend van één van de torenspitsen van het voormalige klooster tot de zolder van een nabijgelegen kapel. Daarnaast zijn 47 vleermuiskasten, type Schwegler 1FF, rond het te slopen gebouw opgehangen en wordt een vleermuiskelder aangelegd.

Maatregelen om schade aan dieren tijdens de sloop te voorkomen

Ruim voorafgaand aan de sloop werden maatregelen genomen om het gebouw onaantrekkelijk te maken voor vleermuizen en steenmarters. Zo werden de ramen opengezet en alle lampen 's nachts aangelaten. Ook werd voor veel bedrijvigheid in en rond het gebouw gezorgd. 

De sloop gebeurde in fasen, waarbij telkens een deel van het gebouw werd gesloopt. Voordat de sloop van het deel begon, werd dubbel gecontroleerd of vleermuizen en steenmarters echt afwezig waren. Tussen de controles in werd het gestript, zodat vleermuizen en steenmarters die zich toch nog ergens schuilhielden, alsnog een veilig heenkomen konden zoeken. 

Het onaantrekkelijk maken van het gebouw bleek goed te werken, want tijdens de controles direct voorafgaand aan de sloop, werden geen vleermuizen of steenmarters meer aangetroffen.

Monitoring

Inmiddels (juni 2015) is het gebouw gesloopt en is de monitoring van de objecten gestart. De komende jaren zal blijken welke van de getroffen voorzieningen het meest succesrijk zijn.

Contactpersoon