Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Bestaand gebruik kleine luchtvaart en verstoring Natura 2000-gebieden
U bevindt zich hier:

Bestaand gebruik kleine luchtvaart en verstoring Natura 2000-gebieden

Verspreid over Nederland liggen enkele tientallen vliegvelden die gebruikt worden door klein vliegverkeer. Klein gemotoriseerd verkeer heeft als kenmerk dat het relatief laag vliegt en op zicht navigeert. Een deel van het kleine verkeer bestaat uit lesvluchten die vooral gebruik maken van het aangewezen circuit bij het vliegveld. Het andere deel bestaat uit overland verkeer dat van A naar B vliegt. Daarbij is het vrij in het kiezen van de route. Door de KNVvL (Vereniging voor Luchtvaart) is een gedragscode ontwikkeld waarin is opgenomen dat klein verkeer natuurgebieden vermijdt en als het niet anders kan deze op minimaal 1.000 ft overvliegt. Tot het kleine verkeer behoren ook zweefvliegen, zeilvliegen, schermvliegen, snorvliegen en ballonvaren. Ook deze vormen van klein verkeer bewegen zich vooral in de onderste luchtlagen, al kunnen zweefvliegtuigen in delen van het land ook tot ver boven 3.000 ft hoogte komen.

Verspreid over Nederland liggen een groot aantal Natura 2000-gebieden. Deze zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn. In de aanwijzingsbesluiten zijn voor soorten en habitats instandhoudingsdoelen opgenomen. Klein verkeer op weg van A naar B kan daarbij over Natura 2000-gebieden komen. De vraag is of bestaand gebruik van het kleine verkeer dat over deze gebieden komt, een negatief effect heeft op soorten en habitats waarvoor deze gebieden zijn aangewezen. Deze vraag is door Bureau Waardenburg in opdracht van het ministerie van I&M en EL&I in een rapportage in beantwoord.

Klein vliegverkeer kan leiden tot verstoring van fauna (vogels, zoogdieren). Herhaalde verstoring kan zich vertalen in een permanent verlaten van een gebied dan wel een afname van reproductie en/of overleving van een soort. Dit vertaald zich in een afname van het aantal in een gebied. Deze afname kan strijdig zijn met de doelen die voor een gebied zijn geformuleerd.

Het rapport geeft een beoordeling van het bestaande gebruik (de afgelopen twee decennia) en zet eventuele negatieve effecten af tegen geformuleerde doelen. In de beoordeling is de gedragscode voor klein verkeer (vermijden en anders op >1.000 ft passeren) meegenomen. In Nederland is de omvang van klein verkeer al twee decennia van gelijke omvang, waarbij gemotoriseerd verkeer licht is afgenomen en ongemotoriseerd verkeer licht is toegenomen. Afzonderlijke vliegvelden wijken niet af van de algemene trend. Na het verlaten van het vliegveld kiest ieder vliegtuig zijn eigen route, waardoor  de dichtheid aan vliegverkeer snel afneemt met de afstand tot het vliegveld. Hierdoor blijft boven veel gebieden de dichtheid aan klein verkeer beneden een kritische intensiteit. Nabij vliegvelden is in een aantal gebieden enig effect niet uitgesloten, maar ook hier geldt dit de intensiteit van het vliegverkeer te laag is om tot meetbare negatieve effecten te kunnen leiden. 

Contactpersoon: