Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Project Randstad380
U bevindt zich hier:

Project Randstad380

TenneT TSO bv (kortweg: TenneT), de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet, gaat een nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding in de Randstad hoogspanningsverbinding in de Randstad aanleggen tussen Wateringen en Beverwijk via Zoetermeer.

Het tracé en de uitvoeringswijze (bijvoorbeeld bovengronds of ondergronds) van de verbinding worden bepaald door de ministers van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie en van Infrastructuur & Milieu. De verbinding wordt aangelegd in twee stappen: met de bouw van het traject Wateringen-Zoetermeer (de 'Zuidring') wordt naar verwachting gestart in 2011, met het traject Zoetermeer-Beverwijk (de 'Noordring') in 2012.

M.e.r.-procedure

In opdracht van TenneT verzorgen wij de ecologische inbreng aan de m.e.r.-procedure. Dit betreft enerzijds het beschrijven en bepalen van de effecten op natuur en anderzijds de beoordeling van deze effecten in het kader van de natuurwetgeving (er bestaat een apart rapport over de beoordeling in het kader van het MER en in het kader van de Flora- en faunawet). Naast een analyse van bestaande gegevens is op verschillende momenten in het project middels veldonderzoeken informatie verzameld met betrekking tot vliegbewegingen van vogels, aantallen draadslachtoffers bij bestaande 150 kV verbindingen in het plangebied en het voorkomen en de verspreiding van, in het kader van de Flora- en faunawet, strikt beschermde soorten flora en fauna.

Algemene opzet onderzoek

In voorjaar en zomer 2007 zijn in de omgeving van Delft de vliegbewegingen van lepelaar, aalscholver en blauwe reiger in beeld gebracht. Lepelaars komen vanuit de circa 30 km verderop gelegen kolonie in het Voornes Duin naar de omgeving van Delft om daar te foerageren in visrijke poldersloten. Aalscholver en blauwe reigers pendelen regelmatig heen en weer tussen de kolonie in de Ackerdijkse Plassen ten zuidoosten van Delft en voedselgebieden in de ruime omgeving. Van deze drie soorten komen daarom, met name in het broedseizoen, dagelijks veel vliegbewegingen voor in en over het plangebied. Bij de bestaande 150 kV lijn bij Delft is veldonderzoek verricht naar de reactie van deze soorten op de lijnen en de manier van passeren. Daarnaast is in voorjaar en zomer 2008 onder een deel van de 150 kV lijn ten westen van Delft gezocht naar draadslachtoffers. Al deze informatie is gebruikt bij de effectbepaling voor het MER Zuidring.

Onderzoek met radar naar nachtelijke vliegbewegingen bij bestaande 150 kV lijn

In winter 2007/2008 is nabij het natuurgebied De Wilck met behulp van radar onderzoek verricht naar vliegbewegingen van kleine zwaan (slaaptrek) en smient (nachtelijke voedselvluchten). Het gebied is voor deze twee soorten aangewezen als Natura 2000-gebied. Het onderzoek resulteerde in een kaartbeeld van de vliegbewegingen van deze soorten in het plangebied en kwantitatieve informatie over de dagelijkse aantallen passages over de bestaande 150 kV lijn en de toekomstige verbinding. Gedurende dezelfde winter is tweemaal per week naar draadslachtoffers gezocht onder de bestaande 150 kV lijn ten oosten van De Wilck. Al deze informatie is in het MER Noordring gecombineerd om te beoordelen of er negatieve effecten van de nieuwe verbinding kunnen zijn op het Natura 2000-gebied De Wilck. Voor de smient is met de informatie een aanvaringskans berekend, die ook voor de effectbepaling op andere locaties gebruikt kan worden.


Monitoring van draadslachtoffers

Voor onderzoek naar draadslachtoffers hebben we een gestandaardiseerd zoekprotocol ontwikkeld. Tijdens het veldwerk wordt gebruik gemaakt van dGPS om gevonden slachtoffers nauwkeurig in te meten. Het verdwijnen van deze slachtoffers (o.a. door predatie) wordt gedurende het onderzoek gemonitord, zodat achteraf voor verschillende soortgroepen verdwijnsnelheden en een correctiefactor kunnen worden berekend. In het slachtofferonderzoek bij De Wilck is tevens een automatische infraroodcamera gebruikt om te onderzoeken welke predatoren bij de 150 kV lijn actief waren. Tijdens de slachtofferonderzoeken worden proeven uitgevoerd met uitgelegde dode vogels om te corrigeren voor het verdwijnen van slachtoffers door predatie en een vindkans die niet honderd procent is.

Contactpersoon: