Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Evaluatie natuurvriendelijke oevers Lek
U bevindt zich hier:

Evaluatie natuurvriendelijke oevers Lek

Foto: Rijshouten vooroevers houden de scheepvaartgolven grotendeels tegen.

Zijn natuurvriendelijke oevers wel een effectieve KRW maatregel voor de Lek? Om deze vraag te beantwoorden hebben wij de resultaten van zes jaar monitoring van natuurvriendelijke oevers in deze rivier op een rij gezet. 
BWZ Ingenieurs verzorgt in dit project de analyse van de morfologische effecten.

 

Effectiviteit KRW maatregelen

Momenteel stellen de waterbeheerders hun maatregelenprogramma's voor de tweede planperiode van de KRW (2015-2027) samen. Natuurvriendelijke oevers zijn hierbij in beeld om de kwaliteit van de oeverzone te verbeteren. Het is echter belangrijk te weten op welke locaties natuurvriendelijke oevers ook daadwerkelijk effectief zijn en in welke vorm. Voor het waterlichaam Nederrijn-Lek is hiervoor een belangrijk brok informatie beschikbaar in de vorm van monitoringsresultaten van vijftien vooroevers langs de Lek tussen Culemborg en Everdingen.

Synthese zes jaar oevermonitoring

Het project langs de Lek is op zich al uniek, omdat in de Rijntakken haast geen natuurvriendelijke oevers aangelegd zijn. Bovendien is het project ook nog eens heel goed gemonitord: Rijkswaterstaat heeft alle KRW-kwaliteitselementen over een periode van zes jaar bemonsterd, en ook de (water)bodemkwaliteit en oeverplanten in beeld gebracht. Bureau Waardenburg heeft de resultaten van deze monitoring op een rij gezet en bekeken of het zinvol is deze maatregel uit te breiden naar andere riviertrajecten. Het rapport met de resultaten wordt binnenkort afgerond.

Waterplanten: peildynamiek vs golfslag

De rijshouten dammen die de kribvakken afschermen hebben op deze plek langs de Lek niet als katalysator gewerkt voor de groei van waterplanten. Kennelijk is de golfslag door scheepspassages toch niet de belangrijkste beperkende factor. Belangrijker lijkt hier de grote peildynamiek, de ligging in de rivier (binnen-buitenbocht, afstand tot de stuw) en de locatie binnen een kribvak. Op locaties met veel peilwisselingen of waar kribvakken regelmatig droogvallen, groeien weinig of geen waterplanten.

Macrofauna en vis doen niet mee

Ook vis en macrofauna profiteert niet van de vooroevers. Dit komt waarschijnlijk doordat de diversiteit aan substraat, met name water- en oevervegetatie, niet is toegenomen. Wel is de dichtheid aan macrofauna iets hoger in de afgeschermde kribvakken, maar dit zijn vooral algemeen voorkomende slakken en muggelarven. Niet echt kenmerkende soorten voor een stromende rivier.

Ecologische kwaliteit: draaien aan de knoppen

De conclusie is dat de vooroevers langs de Lek niet voor de verwachte ecologische winst hebben gezorgd. Waarschijnlijk spelen er meer factoren tegelijk en moeten we aan een serie knoppen tegelijk draaien om een verbetering van de ecologische kwaliteit te bereiken. Door op basis van peildynamiek kansrijke locaties te selecteren en daar specifiek de variatie in de kribvakken te vergroten, komen wellicht op meer plekken waterplanten tot ontwikkeling, met de andere soortgroepen in hun kielzog. 

Contactpersoon: