Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Birds and Offshore Wind Farm Egmond aan Zee (OWEZ)
U bevindt zich hier:

Vogels en het Offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ)

In opdracht van NoordzeeWind, een consortium van NUON en Shell, hebben we 4 jaar lang onderzoek gedaan naar de effecten van het Offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ) op vogels. De eindrapporten van verschillende modules worden hieronder samengevat. Bekijk ook de uitgebreide omschrijving met de onderzoeksvragen, stapsgewijs.

Radar-onderzoek

Om vliegbewegingen te meten zijn in het windpark simultaan visuele waarnemingen gedaan en waarnemingen met geautomatiseerde radars (Merlin). Daarmee werden vliegbewegingen jaarrond, 24 uur per dag gevolgd, ook in het donker.

Welke soorten vliegen er in het windpark?

Meeuwen vormden de hoofdmoot van de soorten. Aalscholvers gebruikten de meetmast en de turbines om op uit te rusten. Daarnaast vlogen er natuurlijk regelmatig pelagische zeevogels zoals jan-van-genten, zwarte zee-eenden en zeekoeten. Ook kwamen er veel trekkende landvogels langs, zoals lijsterachtigen en kleine zangvogels, maar ook reigers en roofvogels.

Aantal vogels en vlieghoogte

Het aantal vogels dat door of over het windpark vloog varieerde sterk. De meeste vogels werden geteld tijdens de voor- en najaarstrek. In deze perioden vlogen veel vogels in de schemering of 's nachts, en op grote hoogte boven de turbines. In de zomer en winter vlogen er minder vogels en vonden de meeste vliegbewegingen (van vooral meeuwen) overdag plaats en lager, vooral op turbinehoogte. Gelijktijdig onderzoek van IMARES laat zien dat het windpark op een gunstige locatie ligt, met relatief weinig vogels. Onderzoeksrapport hiervan is te vinden op de website met rapporten en data van NoordzeeWind.

Uitwijking

Met behulp van de radargegevens hebben we bepaald welk percentage van de vogels uitweek voor het park (macro-avoidance) en voor individuele turbines (micro-avoidance). Hiermee kunnen we de effecten van dit en toekomstige windparken bepalen. Vooral pelagische zeevogels en trekkende ganzen weken sterk uit, terwijl meeuwen en aalscholvers het windpark gewoon binnen vlogen (zie schema).

Aanvaringsrisico's op zee

Op basis van de verzamelde gegevens is een inschatting gemaakt van het aantal vogels dat in aanvaring kan komen met de windturbines. Het aanvaringsrisico lijkt niet hoger te zijn dan op land, eerder lager. Registratie van aanvaringslachtoffers bij windturbines op zee zal moeten uitwijzen of deze schatting overeenkomt met de werkelijkheid.

Hoeveel effect een offshore windpark heeft, hangt in belangrijke mate af van de locatie, van de soortsamenstelling ter plaatse, en van de omvang van het windpark. Ons onderzoek laat zien dat het effect van OWEZ op vogels meevalt door zijn gunstige locatie en geringe omvang, met grote ruimtes tussen de turbines.

Lees meer over dit onderzoek of neem voor meer informatie contact op met: