Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Effect van heien op broedende vogels
U bevindt zich hier:

In hoeverre raken broedende vogels verstoord door heigeluid?

TenneT TSO realiseert de verbinding 'Zuidring' tussen Wateringen en Zoetermeer. De heiwerkzaamheden daarvoor moesten worden uitgevoerd binnen het broedseizoen. Dat kon, zolang geen broedende vogels verstoord werden. Om dat te voorkomen werd een aantal maatregelen getroffen. Zo heeft TenneT, voorafgaand aan het broedseizoen, beplanting verwijderd van de mastlocaties om de vestiging van broedvogels te voorkomen. 

Verwacht effect van heien buiten de mastlocaties

Het geluid van heien draagt echter tot ver buiten de mastlocaties. Het relatief harde geluid is potentieel verstorend voor broedende vogels. Hoewel verstoring vooraf niet kon worden uitgesloten, werd de kans op verstoring ingeschat als laag. Er was op de mastlocaties reeds verstoring door geluid van de snelweg A4 en door activiteit van mensen, voertuigen en honden. Er kwamen alleen algemene vogelsoorten van stedelijke omgeving voor.

Daarom is besloten de werkzaamheden niet af te gelasten, maar om de effecten van de heiwerkzaamheden te monitoren. Op die manier zouden eventuele effecten op broedvogels tijdig opgemerkt worden en kon er zonodig worden ingegrepen. Dit monitoren leverde nieuwe informatie op. Want vanuit de literatuur was er nog erg weinig bekend over de effecten van heien op broedvogels.

Monitoring en resultaten

De monitoring omvatte vier deelonderzoeken:

  1. Voor, tijdens en na de werkzaamheden werd de ligging van broedvogelterritoria vastgelegd.
  2. Zichtbaar gedrag van broedvogels op en rond hun nest (op eieren of met jongen) werd geobserveerd. Dit gebeurde in een aaneengesloten periode van circa 30 minuten tot een paar uur voor tijdens en na de heiwerkzaamheden.
  3. Bij soorten waarvan het nest niet te lokaliseren was, is de zangactiviteit voor, tijdens en na het heien geregistreerd.
  4. Er werden geluidsmetingen gedaan rond de hei-installatie, om de waarnemingen te kunnen koppelen aan een geluidsniveau. Deze metingen zijn uitgevoerd door Bureau M+P.

Tijdens de observaties zijn algemene zang- en watervogelsoorten uit stedelijke- en parkachtige omgeving gevolgd. Er is daarbij geen wezenlijke verstoring waargenomen, dat wil zeggen, verlies van broedsels.

Het onderzoek was beperkt van opzet, waardoor minder opvallende gedragsveranderingen niet naar voren zijn gekomen. Zo bleef een broedende meerkoet tijdens het heien meer op en in de buurt van het nest dan wanneer er niet geheid werd, maar er waren onvoldoende gegevens om dit statistisch hard te maken.

Hoe verder?

Het rapport levert een basis voor toekomstige effectinschattingen van heiwerkzaamheden. We zouden echter graag meer uitgebreid onderzoek doen naar het effect van heien of andere activiteiten waarbij geluid geproduceerd wordt, op vogels en andere soortgroepen. Dan kunnen we in de toekomst beter onderbouwd inschatten in hoeverre er verstorende effecten te verwachten zijn van industrieel geluid.

Contactpersoon: