Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Bescherming van soorten planten en dieren
U bevindt zich hier:

Bescherming van soorten planten en dieren

Vanaf 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Daarin wordt de bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Een aantal soorten is ondanks de jarenlange bescherming schaars, zeldzaam of gaat achteruit. Deze soorten kunnen een steuntje in de rug gebruiken waarbij eenvoudige maatregelen vaak al doeltreffend kunnen zijn.

Beschermingsplannen, gebiedsgerichte plannen, Tijdelijke Natuur zijn goede hulpmiddelen om kwetsbare soorten actief te beschermen en daarmee een bijdrage te leveren aan het behoud van de biodiversiteit in ons land. 

Soortbeschermingsplannen-soort

In een soortbeschermingsplan is de ecologie van een soort het uitgangspunt. Door na te gaan wat de soort nodig heeft om voldoende voedsel te bemachtigen en zich succesvol voort te planten kunnen we knelpunten definiëren en een set maatregelen opstellen waar de soort baat bij heeft. Dat kan gaan van beheer van bestaand leefgebied, het optimaliseren van leefgebied tot het ontwikkelen van nieuw leefgebied. Beschermingsplannen worden gemaakt op regionaal niveau, een afzonderlijke provincie of meerdere provincies tezamen. 

Soortbeschermingsplannen-soortgroep

Foto: Martin Bonte

In een soortbeschermingsplan voor een hele groep soorten (moerasvogels, weidevogels, kustbroedvogels) geldt de ecologie van afzonderlijke soorten als uitgangspunt in combinatie met de overeenkomsten en verschillen hierin tussen soorten. Door na te gaan wat de soorten nodig hebben om voldoende voedsel te bemachtigen en succesvol te reproduceren kunnen we obstakels bepalen en een set maatregelen ontwerpen waar de soortgroep baat bij heeft. Dat kan gaan van betere wettelijke bescherming naar beter beheer van bestaand leefgebied of ontwikkelen van nieuw leefgebied. Plannen worden gemaakt voor één of meer provincies.

Leefgebieden

Als uitgangpunt voor een betere bescherming (en een beter leven) van soorten kunnen we ook het leefgebied als uitgangspunt nemen, bijvoorbeeld de akker, de heg, de houtwal.

In een beschermingsplan voor een leefgebied wordt een gebruik en beheer omschreven waarmee het leefgebied zijn functie(s) behoudt en de set karakteristieke soorten kansen krijgt. Voor ieder leefgebied worden maatregelen opgesteld. En er kan een zoekgebied worden begrensd voor deze maatregelen. De maatregelen zijn generiek voor zoveel mogelijk doelsoorten en worden alleen in kansrijke gebieden ingezet.

Soortbescherming en ontheffing

De verbodsbepalingen uit de wetgeving zijn er o.a. voor bedoeld om het voorbestaan van vaste verblijfplaatsen van bepaalde soorten te garanderen. Maar soms zijn ingrepen die verblijfplaatsen aantasten, zoals de sloop van een oud gebouw, onvermijdelijk. Ook al broeden er huismussen en gierzwaluwen onder de dakranden. Sloop is daarom vaak pas mogelijk wanneer in alternatieve huisvesting voor deze soorten is voorzien. Dit leidt er toe dat voor ieder nieuw plan weer een ontheffing moet worden aangevraagd en de procedure doorlopen moet worden.

Er kan ook een gericht beleid worden ontwikkeld (bijvoorbeeld in nieuwbouw steevast speciale voorzieningen voor gierzwaluw en huismus) waardoor sanering en sloop van oude gebouwen vlot ter hand kan worden genomen. Hiervoor kunnen generieke ontheffingen worden verleend. Een goed soortmanagementplan met beleid en onderbouwing is dan noodzaak.

Monitoring en evaluatie

Op een zeker moment komt de vraag: ‘Heeft de inspanning het beoogde resultaat opgeleverd?’. Hiervoor dient onderzoek te worden gedaan waarbij de oude situatie met de nieuwe wordt vergeleken. Dit vormt de basis voor een kritische beschouwing van het resultaat. Onderdeel van ingezet beleid of beheer kan zijn dat jaarlijks een aantal relevante feiten in het veld worden verzameld, gemonitord. Ook deze gegevens kunnen de basis voor een evaluatie vormen.

Wilt weten over soortbescherming, neem dan contact op met: