Bureau Waardenburg
Varkensmarkt 9
4101 CK Culemborg
T: 0345 512710
e-mail buwa

Verkennende studie naar stikstofdepositie en habitatkwaliteit in Natura 2000-gebieden
U bevindt zich hier:

Instandhouding van gevoelige habitattypen in een overbelast systeem

Verkennende studie naar stikstofdepositie en habitatkwaliteit in Natura 2000-gebieden

Tweederde van de Natura 2000-gebieden in Nederland bevindt zich op dit moment in een “ongunstige staat van instandhouding”. De depositie van stikstof, bestaande uit ammoniak en stikstofoxide, speelt hierin een belangrijke rol. Voor elk binnen Natura 2000 beschermd habitattype is voor de maximale depositie van stikstof een grenswaarde vastgesteld, de kritische depositiewaarde (KDW). Beneden deze waarde wordt stikstofdepositie niet schadelijk geacht.

In de praktijk wordt de kritische depositiewaarde in diverse Natura 2000-gebieden in ruime mate overschreden. De komende jaren lijkt deze situatie dankzij landelijke doelstellingen wel te verbeteren, maar er zullen overbelaste situaties blijven bestaan. Alle projecten die bijdragen aan de stikstofdepositie, hoe gering ook, lijken dan ook in beginsel strijdig met instandhoudingsdoelen die streven naar uitbreiding en verbetering kwaliteit habitat. Dit staat het verkrijgen van een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet in de weg of kan leiden tot langdurige onzekere (juridische) procedures.

Om deze impasse te doorbreken wordt door een groot aantal relevante partijen (overheden en maatschappelijke organisaties) gewerkt aan een programmatische aanpak voor stikstof (PAS). De PAS is erop gericht de dat de stikstofbelasting afneemt zonder de duurzame economische dynamiek in gevaar te brengen.

LTO Noord geeft aan dat in de praktijk blijkt dat ontwikkeling van habitattypen mogelijk is bij overschrijding van de KDW. Zo zijn veel habitats aanwezig in de nabijheid van een tientallen jaren bestaand agrarische cultuurlandschap. LTO Noord stelt dan ook dat combinatie van terugdringing van stikstofdepositie en flexibiliteit in bedrijfsvoering veehouderij mogelijk moet zijn. Bij een flexibele invulling van het beleid ten aanzien van stikstofdepositie wordt landelijk de ammoniakemissie teruggedrongen zonder dat dit ten koste gaat van de bewegingsruimte voor de landbouw, het verkeer en de industrie.

In dit kader heeft LTO Noord aan Bureau Waardenburg gevraagd een verkennende studie uit te voeren naar een nadere ecologische onderbouwing van mogelijkheden en beperkingen voor stikstof gerelateerde activiteiten in de nabijheid van een N2000-gebied. Een vraag die hierbij centraal stond was: zijn instandhoudingsdoelen voor habitattypen realiseerbaar bij de huidige landelijke stikstofdepositiewaarden, zo ja wat zijn daarvoor de randvoorwaarden? In de rapportage van het onderzoek worden de mogelijkheden en beperkingen voor stikstof gerelateerde activiteiten aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden geschetst.

Contactpersoon: