Inventarisatie & monitoring
Zoogdieren
Het inventariseren en monitoren van zoogdieren kan verschillende doeleinden dienen. Vanwege natuurwetgeving kan het nodig zijn om het voorkomen van beschermde soorten in beeld te brengen. Daarnaast kan onderzoek informatie opleveren over o.a. de effecten van gevoerd beheer of het functioneren van faunapassages. Door de grote diversiteit van soorten zoogdieren worden voor het inventariseren van zoogdieren zeer uiteenlopende methoden toegepast.
Grondgebonden zoogdieren
Het voorkomen van zoogdieren wordt aangetoond met behulp van zichtwaarnemingen en sporenonderzoek. Bij sporenonderzoek wordt gezocht naar verblijfplaatsen, prenten in sneeuw, wissels, vraatsporen, haren in prikkeldraad, uitwerpselen, verkeersslachtoffers en prooien van roofvogels. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van fotovallen en infraroodcamera's, met name bij monitoring van faunapassages. Een specifiek onderdeel van het het onderzoek naar zoogdieren is het monitoren van verkeersslachtoffers.
Kleine zoogdieren (muizen) worden ook wel geïnventariseerd door vallenonderzoek volgens de ‘IBN-methode’. Daarbij gebruiken we ‘life-traps’ (vallen waarin muizen in leven blijven) van verschillende typen. We beschikken over Longworth, Sherman en omgebouwde Triptraps.
Vleermuizen

Kennis over het voorkomen van vleermuizen binnen een gemeente of beheergebied is altijd nuttig en soms zelfs noodzakelijk. De gegevens van vleermuisonderzoek worden onder andere gebruikt voor effectenstudies, als input voor beleid- en planvorming en bij het toepassen van natuurwet- en regelgeving. Alle in Nederland levende vleermuizen beschermd zijn door de Flora- en faunawet. Daardoor zijn ook particulieren of bedrijven die plannen maken voor ruimtelijke ingrepen, in sommige gevallen, genoodzaakt onderzoek naar vleermuizen te laten uitvoeren.
De onderzoekers van Bureau Waardenburg maken bij vleermuisonderzoek gebruik van een breed scala aan methodieken. Uitgangspunt voor het veldwerk is toepassing van het Vleermuisprotocol zoals onderschreven door de Gegevensautoriteit Natuur.
Batdetectors vormen een onmisbaar instrument. We maken voornamelijk gebruik van het type Pettersson D240x. Hiermee kunnen vertraagde opnamen van de echolocatie gemaakt worden die essentieel zijn voor determinatie. Daarnaast gebruiken we detectors van het type Pettersson D100, D200 en van Anabats. De Anabats laten we vooral ‘onbemand’ in het veld achter als zogenaamd ‘luisterkistje’, ter ondersteuning van de persoonlijk gehanteerde batdetectors. Met professionele opnameapparatuur (Edirol R-09) en speciale software (Batsound Pro) worden de in het veld gemaakte opnamen geanalyseerd.
Aanvullend maken we nog gebruik van zaklampen, boomcamera’s (endoscopen) en spiegeltjes om verblijfplaatsen op aanwezigheid van vleermuizen te controleren, (infrarood)videocamera’s om bijvoorbeeld het vlieggedrag rond windturbines vast te stellen en mistnetten om dieren eventueel te vangen als het soorten betreft die uitsluitend in de hand te determineren zijn.
Zeezoogdieren
We hebben een specialistisch team van marien ecologen, professionele duikers, zeezoogdierspecialisten en zeevogelspecialisten die monitoringsprojecten uitvoeren in zoute wateren. In een aantal gevallen zijn dit projecten waarbij de effecten van menselijk handelen op zeezoogdieren zoals dolfijnen of zeehonden worden onderzocht. Meer hierover bij het thema 'effectstudies'.


